Posted in Varia

Sofie verhuisde naar Wallonië: “In Vlaanderen is er te veel lawaai”

Een verhuis naar Wallonië was voor Sofie een erg grote verandering, waarmee ze het een tijd moeilijk had. Hoe langer ze in Wallonië woonde, hoe meer ze echter merkte dat het gewest een perfecte match was met haar persoonlijkheid.

Waarom ben je naar Wallonië verhuisd?
We verhuisden omdat mijn man, Pascal, werk had gevonden in Luxemburg. Ik haat verandering, dus we hadden eerst beslist dat hij heen en weer zou reizen. Tijdens de week huurden we een studio en tijdens de weekends kwam hij naar mij in Beerse, waar we woonden tot 2011. Dat jaar vonden we in Bertrix, waar we nu wonen, een huis dat perfect voor ons was. Het was liefde op het eerste gezicht!

Je zegt dat je niet van verandering houdt. Hoe voelde jij je dan toen jullie verhuisden?
Ik was voor ons vertrek erg verdrietig omdat de toekomst op dat moment heel onzeker was. Je waant je in het onbekende. Na een tijdje vond ik wel meer plezier in de verhuis. We kampeerden ook af en toe in de provincie Luxemburg, dus het was niet helemaal nieuw. Bovendien zeiden we tegen onszelf dat we het zouden proberen en zouden kijken hoe het verliep.

Terug verhuizen naar Vlaanderen was nog een optie?
Ja, zeker. We hebben geen kinderen, waardoor het eenvoudiger was om ons heen en weer te verplaatsen.

Hoe is je leven in Wallonië tegenover dat in Vlaanderen?
Het is beter. Ik ben een erg gevoelig persoon en ik heb hier veel minder stress. Er is minder lawaai en minder verkeer en omdat ik thuisvrouw ben, kan ik de tijd nemen om confituur te maken of zelf brood te bakken. Ik vind het geweldig dat ik rustiger kan leven. Na alle angst die ik had, ben ik erg blij met hoe mijn leven er op dit moment uitziet. Er wonen geweldige mensen van mijn leeftijd in de buurt. Zij hielden zelfs een feestje toen we in Bertrix kwamen wonen.

De mensen zijn dan heel sociaal.
Eigenlijk niet. Mensen uit de Ardennen zijn erg gesloten tot ze zich openstellen. Dan krijg je letterlijk de sleutel van hun voordeur. Het hangt echt af van welke houding je aanneemt. In Wallonië is iedereen wel heel vriendelijk. Mensen leven op het ritme van de natuur. Ze begroeten elkaar met een kus op de wang, niet met een hand zoals in Vlaanderen. Op dat vlak zijn ze dan weer opener.

Je houdt duidelijk erg van Wallonië. Staat terugkeren naar Vlaanderen op het menu?
Nee. Ik denk van niet. We zijn gek op ons leven hier. De natuur, de omgeving, de mensen, de eenvoudigheid van het leven hier… Pascal is lid van een duikclub, ik doe hier zelf ook aan yoga… Het enige wat we uiteindelijk missen is onze familie en onze vrienden die in Vlaanderen wonen. Zeker met de coronacrisis is het moeilijk om niet naar onze familie te kunnen gaan, wat we meestal één weekend per maand doen. Maar nee, we denken er niet aan om terug te verhuizen naar Vlaanderen. Er is te veel lawaai. Er is iets té veel leven.

Verschenen op Wrap

Posted in Actua, LGBT

Holebi’s laten niet meer met zich sollen

“Acceptatie ligt in de handen van de maatschappij”

Na de moord op een homoseksuele man in Beveren, wordt de roep naar gelijkheid voor holebi’s terug luider. Het gevolg: tientallen protesten in het hele land en talloze debatten op tv. Enkele holebi’s getuigen over hun ervaringen.
Door Amber Deckers, Oliver Vereycken en Anne de Nijs

Tanguy Ottomer (39) is stadsgids in Antwerpen en probeert negativiteit op sociale media te ontwijken.

“Als je als homokoppel hand in hand rondloopt, heb je het gevoel dat je iets ‘verkeerd’ doet. Het is een gebaar van liefde en aantrekking dat toch door bepaalde mensen als iets fout gezien wordt, zelfs hier in Antwerpen. België hoort bij de top vijf beste landen voor LGBT+ rechten. Hier kunnen wij trouwen en kinderen adopteren zonder probleem. In bijna zeventig landen is homoseksueel zijn een misdrijf.”

“Volgens mij komt dat haatdragende gedrag voort uit onwetendheid. Mensen begrijpen niet wat het is omdat ze het zelf niet meemaken en vinden het gemakkelijker om het als iets onnatuurlijk te zien. Als je kijkt naar de gebeurtenis in Beveren en de uitspraak van het Vaticaan, dat homoseksualiteit een zonde is, dan weet je dat we als maatschappij beter moeten doen. Het is aan ons om de plooien glad te strijken.”


“Haat komt uit onwetendheid”

In een stijgende lijn

“De media moet hier absoluut aandacht aan geven en dat doen ze ook, maar de moord op die homoseksuele man is geen positief nieuws. De dagdagelijkse positieve dingen komen niet in de media en dat is jammer. Als je heel de tijd negatieve nieuwtjes uitzendt, zal dat mensen voeden om die negativiteit aan te houden. Het is gelukkig wel al een pak beter dan vroeger.”

“Sensibiliseringscampagnes helpen op kleine schaal, maar gaan de wereld niet veranderen. Het zijn de nieuwe media zoals Netflix die ervoor moeten zorgen dat de massa hun gedachtegoed openstelt. Ikzelf ben van het jaar ’81, en in die wereld zag de homowereld er vaak beangstigend uit. Toen werden homo’s aanzien als ‘Jambers-marginalen’. Als je nu kijkt zie je in series en films mannen met mannen, vrouwen met vrouwen, bi- of homoseksueel. Dat kan allemaal, en dat wordt op een normale manier in beeld gebracht. Als dit onderwerp in een mooi verhaal wordt gegoten, staan we al een hele stap dichter bij acceptatie.”


Ambiance

“Ik probeer het nieuws zo weinig mogelijk te volgen, zeker via sociale media waar je snel boodschappen kan verspreiden, zowel negatieve als positieve. En Facebook is de vuilbak van mensen hun mening. Als je die negativiteit aandacht geeft, blijft dat groeien.”

“Mensen moeten één ding weten: in de gay-community lachen we graag. Het leven is kort en we hebben lang genoeg in de kast gezeten. Laten we het gewoon plezant houden. Ik heb zelfs hetero vrienden die liever naar gayclubs gaan, puur voor de ambiance.”

Gianni (21) is student verpleegkunde en is zelf al slachtoffer geweest van holebihaat.

“Ik krijg soms opmerkingen naar mijn hoofd geslingerd zoals ‘die homo is daar’, ‘ha, gay!’ of ‘daar is hij weer mijn zijn vriendinnetjes’, omdat ik veel vrouwelijke vrienden heb. Toen ik naar de hogeschool ging minderde dat een beetje, maar het zijn vaak jongens die zulke kinderachtige opmerkingen maken.”

“De sociale media zijn een grote bron van pesterijen. Ik heb op TikTok al veel negatieve reacties gekregen. Mensen begonnen elkaar taggen om mij uit te lachen. Ook al geven mensen je honderd positieve opmerkingen, die negatieve zullen beter blijven hangen.”

“Je bent meer dan je geaardheid ”

“Ik vind het jammer dat mensen zichzelf niet kunnen zijn. Mensen zeggen altijd van wel, maar je merkt dat dat niet klopt. Tijdens avondjes uit werd ik vaak beledigd, op zo’n momenten wou ik dat ik sterker, breder en groter was zodat ik voor mezelf kon opkomen. Nu ik ouder ben, probeer ik die persoon te zijn voor anderen.”


Senna (23) studente Journalistiek aan de AP Hogeschool verbaast zich dat mensen zich zo verwonderen over holebihaat

“Holebihaat vindt dagelijks plaats, in de vorm van kleine opmerkingen of beledigingen, maar niemand weet ervan. Het is een moeilijk gegeven. Enerzijds is het superbelangrijk dat we aandacht schenken aan dit probleem en aan de agressie tegenover de LGBT+ gemeenschap, anderzijds wil je geen aandacht schenken aan de mensen die zulke zaken uitvoeren.”


Meer dan een object
“Ik ben al vaak geobjectiveerd vanwege mijn geaardheid. Ooit kwam een man naar mij toe om te vragen of ik een vriend had. Ik zei dat ik een vriendin had, waarop hij begon te vertellen dat hij dat enorm geil vond. Een andere keer tijdens een picknick met mijn vriendin kwam een man achter ons zitten om ons voortdurend aan te staren.”

“Ik vind dat lastig. Het is natuurlijk anders dan wanneer ze iemand vermoorden of aanvallen vanwege hun geaardheid, maar elke soort discriminatie is een inbreuk is op je grondrecht en op je bestaan. Het is een aanval op alle mensen die in de LGBT+ gemeenschap zitten.”

“Vroeger paste ik me aan zo’n opmerkingen aan en hield ik de hand van mijn vriendin niet meer vast. Nu ben ik daar doof voor geworden. Het blijft gewoon jammer dat het sociaal aanvaard lijkt dat mannen zulke opmerkingen mogen maken op twee vrouwen die elkaars hand vasthouden.”

Op een onbewoond eiland
“We zitten al veel verder dan vroeger, maar er zijn nog altijd pijnpunten die belicht moeten worden”, vertelt Senna. “Ze brengen de LGBT+-gemeenschap vaak in beeld als iets exotisch. Het is zelfs op mijn eigen school recent gebeurd dat ze een artikel publiceerden over de gay-scene en dat dat een hook-up-culture is. Ze stigmatiseren onze gemeenschap volledig.”

“Wij hebben voor die klas een lezing georganiseerd en vroegen wie daar hetero was. Toen ze hun handen opstaken, maakten we banale opmerkingen zoals “Oh my god, ben jij hetero? Ik heb altijd al een hetero beste vriend willen hebben!” Wij krijgen die soms ook naar ons hoofd geslingerd, en door die terug te kaatsen kunnen hen leren in perspectief te plaatsen hoe stom ze eigenlijk zijn.”

“Ik heb er zeker hoop in dat holebihaat zal wegebben. Er is simpelweg nog werk aan de winkel op het vlak van normaliseren en integreren. Vooral op vlak van politiek. Er moet zeker representatie zijn. Je kan oudere witte hetero mannen niet volledig laten beslissen over zaken rond de LGBT+-gemeenschap. Als je er zelf geen onderdeel van bent, weet je niet hoe je het best aanpakt. Het is belangrijk dat iemand van de gemeenschap dan niet wordt gebruikt als een pion om aan te tonen hoe erg de politici mee zijn met de tijd. Door dat te zeggen, maak je er weer iets exotisch van. Iemand wordt gekozen omdat hij of zij een goede politicus is en moet dat kunnen zijn zonder non-stop te worden gedefinieerd als LGBT+ persoon. Je bent niet alleen je geaardheid.”

Deze bijdrage kadert in de Intercultural Readiness Check waarmee APJournalistiek de interculturele reflex van zijn studenten wil aanscherpen.

Verschenen in Den Triangel
Jaargang 14, Nummer 4
Foto door Anne de Nijs

Posted in Actua

Toneelhuis en AP Hogeschool slaan handen in elkaar met ‘APRIL’


In 1990 had de Amerikaanse ambassadeur April Glaspie een gesprek met president Saddam Hoessein. Na de cruciale woordenwisseling begon de Golfoorlog en verdween Glaspie uit de schijnwerpers. Toneelhuis werkt samen met studenten Journalistiek van AP Hogeschool aan ‘Alles over April’. Een site naar aanleiding van het nieuwste toneelstuk van Willem de Wolf, waarin Glaspie weer even in de schijnwerper staat.
Door Amber Deckers

“Het is intrigerend dat April Glaspie zo plotseling uit de schijnwerpers verdween”, vertelt studente Hannah. Haar collega’s Louise en Manon gingen op zoek naar April Glaspie, en zetten een blog op poten om verslag te brengen. “Het is belangrijk dat we de gebeurtenissen van toen herdenken”, gaat Hannah verder. “Er is veel gebeurd, er vielen veel slachtoffers. Bovendien weten mensen het fijne niet over diplomatie of Irak. Het is tijd om dat te veranderen.”

Hannah interviewde verschillende diplomaten en experts, en verraste zichzelf gaandeweg. “Diplomatie is veel interessanter dan ik oorspronkelijk dacht. Het leek me een erg droog onderwerp, terwijl er veel in de achtergrond schuilt waar je op het eerste zicht niet aan denkt. Ik hoop dat anderen net zo veel als mij kunnen leren uit de content die we erover maakten.”

‘April’ opent haar deuren voor publiek zodra de cultuursector weer opstart. Katelijne Damen, Eelco Smits en Sabri Saad El Hamus, vertellen een verhaal over Irak, diplomatie en de minpunten van journalistiek. De studenten van AP Hogeschool ontfermen zich daarvoor alvast volledig over hun project: ‘Alles over April’.

Verschenen in Den Triangel
Jaargang 14, Nummer 4

Posted in Actua

Edito: Kerst op afstand

De kerstperiode komt langzaamaan vanachter een hoek piepen, en zoals velen beseffen we dat het dit jaar een heel andere soort kerst zal zijn. Geen grote familiefeestjes en geen avonden met ouders of grootouders. Enkel een avond voor jezelf of je eigen bubbel. 2020 was voor velen een jaar vol tegenslag en hindernissen, en moeilijkheden die we niet voorzagen. Toch blijft het belangrijk dat we genieten van de momenten die we wél krijgen. Het wordt voor velen de soberste Kerstmis in vele jaren, of juist een eenzamere Kerstmis dan gewoonlijk, wat niet altijd gemakkelijk valt.

Bij tegenslag kom je op de beste ideeën

Toch komen mensen op de meest inventieve ideeën wanneer ze tegenover deze soort barricades komen te staan. Zo hebben we bij ons thuis al een plan om met mijn grootouders te videochatten terwijl we hetzelfde gerecht eten, maar dan vanuit een ander huis. Later in de avond zetten we ons met z’n allen in de woonkamer, en projecteren we hun gezichten op onze televisie. Het is anders dan anders, maar het zorgt ervoor dat we toch nog met elkaar in contact kunnen blijven. Op dat vlak leven we in een zéér goed tijdperk.

Het tijdperk waarin onze beste vriend, zus, broer, kind, ouder, oom of tante maar één tikje van ons is verwijderd, en vele bedrijven er álles aan doen om mensen met elkaar te verbinden. De mogelijkheden zijn eindeloos, en daar zijn wij als redactie best dankbaar voor. Op naar 2021, een jaar vol hoop en hopelijk vele dikke knuffels.

Posted in mentale gezondheid

Martin maakt kunst van zijn pijn

“Ik wíl meer paranoia voelen, want dan maak ik betere schilderijen”

Een witte bak met een dynamo en een fietswiel om aan te draaien. Het lijkt op het eerste zicht een conceptueel en abstract werk, maar voor kunstenaar Martin zit er een diepere betekenis achter. Hij verwerkt zijn mentale problemen in zijn werken. “De spaken van dat fietswiel zijn een stramien. Het schema van momenten dat ik medicatie moet slikken. En als je stopt met draaien aan dat wiel voel ik mij slecht”, vertelt hij.

Schilderde je al vanaf jonge leeftijd over je gevoelens?
Neen. Dat is pas later begonnen. Ik schilder al sinds ik heel klein was, al kladder vervende op een plastiek aan de keukentafel, maar ik zat eerst mentaal te diep om over mijn gedachten te schilderen. Die gedachten kunnen heel donker zijn en als ik me echt slecht voel, kruip ik onder een deken en sluit ik me af van de rest van de wereld. Ik heb een hele tijd in mezelf geleefd omdat ik me vooral met mijn eigen welzijn bezighield. Ik zat op mijn vijftiende twee keer in de psychiatrie en had geen fut om me toen op schilderen te focussen.

Waarom werd je opgenomen?
Ik had het nodig voor mijn eigen veiligheid. Wanneer de prikkels mij teveel zijn, ben ik erg zelfvernietigend. Zo nam ik overdosissen in als het mij teveel werd, al waren die nooit hoog genoeg om effectieve schade aan te richten. Mijn toenmalige therapeut adviseerde mij daarom om een maand naar de psychiatrie te gaan. Datzelfde jaar ging ik nog terug voor een andere maand.

Hoe ervaarde je die opname?
Je zit daar met mensen van je eigen leeftijd die allemaal met hun eigen problemen kampen… dat kon soms wel problemen geven. Soms ruzies of overdreven reacties, en soms simpelweg persoonlijkheden die botsten. Tijdens mijn tweede opname in UZ Gent maakten ze regelmatig ruzie en vochten ze af en toe zelfs. Daar heb ik mij nooit echt mee gemoeid. Ik wist dat ik daar samenzat met mensen met andere normen en waarden. Je kan het een beetje vergelijken met school. Daar zetten ze je in één klas met mensen die heel anders als jou zijn.

En dat zorgt voor spanningen.
Ja, maar het was niet altijd slecht. Mensen zitten in een psychiatrie niet in dwangbuizen zoals men denkt. Er werd ook gelachen en plezier gemaakt. We keken in de gemeenschappelijke ruimte vaak een film en dan grapten en grolden we wat. Je kan dat tot op een zekere hoogte vergelijken met het klaslokaal, maar toch niet helemaal. Je hebt een gevoel van lotsgenootschap en je zit er allemaal met eenzelfde reden: je wil beter worden en aan jezelf werken. Je zit allemaal in een uitzonderlijke situatie met een bepaalde aanleiding. Dat maakt toch dat je een soort band hebt met die mensen.

Spreek je hen nog?
Neen. Dat contact is verwaterd. Zodra je uit de psychiatrie stapt, word je terug in de maatschappij gegooid en groei je uit elkaar. Je bent weer een deel van de wereld en zij zijn uiteindelijk geen deel meer van de jouwe.

Hoe voelde het om weer deel van de wereld te zijn?
Eng. Ik moest daar telkens weer aan wennen, en de eerste keer was ik er echt niet goed van. Ze zetten je terug in de samenleving en verwachten dat je meteen weer mee kan functioneren, terwijl je daarvoor in een bubbel van veiligheid zat waar de mensen altijd klaarstonden om je te helpen.  Ik had tijdens mijn opname soms kamermomenten waarbij je een uur op je kamer tot rust moest komen en je bezig moest houden, en thuis voelde dat anders. Ik bleef dus druk bezig in mijn eigen hoofd, en ongeveer twee jaar later zette ik mijn penseel tegen mijn canvas en tekende over mezelf. Dat werkte als catharsis.

Wat maakte je dan?
De eerste keer dat ik aan een werk begon, wist ik dat ik iets wou vertellen door het te tonen. Ik schilderde bijvoorbeeld een witte bak met een dynamo en een fietswiel waaraan je moest draaien. Dat lijkt vanop het eerste zicht heel conceptueel en abstract, maar daar zat een betekenis achter. De spaken van dat fietswiel waren een stramien. Het schema van momenten dat ik medicatie moest slikken. En als je stopte met draaien aan dat wiel voelde ik mij slecht.

Je neemt ook medicatie?
Ja. Ik had drie jaar geleden regelmatig een soort existentiële crisis waarbij ik alles in twijfel begon te trekken. Ik dacht dat ik de enige was met een bewustzijn, ik dacht dat de wereld op maat was gemaakt voor mij en ik worstelde ook met paranoia. Zo dacht ik regelmatig aan een bepaald automerk, en toen ik een auto van dat merk enkele seconden later zag voorbijrijden, dacht ik dat iemand me voor de gek aan het houden was. Ik nam anti-psychotische medicatie om dat te stoppen.

Waar kwam die paranoia vandaan?
Ik heb een absolute angst om alleen te zijn en naast de realiteit te bestaan. En eigenlijk voelde ik me altijd al afgesneden van de realiteit. Ik dacht lang dat ik de enige was die leefde. Dat alle anderen rondom me poppen waren.  Ik denk niet dat die gedachten een specifieke oorsprong hebben. Ik heb dat altijd al gehad. De schrik om alleen te zijn… Ik denk vaak dat iets mij bekijkt en dat die mij besturen. Alsof ik ieder moment uit de realiteit kan stappen en in een backstage kan terechtkomen.

Een beetje zoals de film The Truman Show?
Ja, dat is een heel goede vergelijking. De eerste keer dat ik die film zag, had ik een kleine crisis omdat ik er van overtuigd was dat bij mij hetzelfde gebeurde. Daarom had ik toen echt die medicatie nodig, omdat die dat tegenhoudt, maar ondertussen bouw ik het al een tijdje af.

Waarom?
Medicatie maakt je moe. Ze zorgt ervoor dat je bijkomt en ze schaaft de pittige hoeken van jezelf weg. Ik heb lang het gevoel gehad dat ik een deel van mezelf verloor door die medicatie. Ik kon vroeger heel willekeurige en scherpe grapjes maken met mijn kunst. Zo maakte ik als negenjarige een tekening van Titanic 2 waarbij ik een ijsberg tekende en iemand zei: “Ja, mannen, het is weer zo ver.” Ik vind dat clever, en dat is triestig omdat het betekent dat ik anders ben.

En je vindt het slecht om anders te zijn?
Het is logisch dat ik anders ben, maar als ik zo’n tekeningen bekijk, kijk ik terug op een onschuldige Martin zonder zorgen. Voor mij blijft het een bitterzoet gegeven, want ik ben mij ook bewust van alle manieren waarop die negenjarige Martin trots op mij zou zijn. Ik wou altijd striptekenaar of animatiemaker worden, en nu werk ik aan een komische animatiereeks. Ik werkte op mijn zestiende ook een verhaal uit waar ik als kind een concept voor had opgesteld. Dus ik denk dat ik die Martin mis maar dat hij wel gerust zou zijn als hij me nu bezig ziet. Ik doe waar ik van droomde, dus het is niet dat ik dát deel van mijn persoonlijkheid verlies door medicatie. Ze bedwelmt me gewoon een beetje, en daarom bouw ik ze af. Het kan ook een goede invloed hebben op mijn werk. Die angst en paranoia… daar komen meer beelden uit.

Heb je het gevoel dat je daarom meer donkere gedachten wil?
Ja. Zolang ze mij niet hinderen. Ik heb soms wel schrik dat ik mezelf iets zou aandoen, omdat ik in mijn zelfvernietigende buien impulsief kan zijn, toch denk ik dat ik veel meer controle heb dan vroeger. Ik wíl echte emotie voelen. Zelfs al is dat paranoia.

Hoe zou die paranoia zich uiten in je werken?
Ze uit zich nu eigenlijk al met de bevreemdende droomachtige sfeer die rond mijn schilderwerken hangt. Die beelden lijken op zaken die je uit het echte leven kent, maar dan in beeld gebracht op een ongemakkelijke manier. Ik werk rond The canny value die Freud altijd vermeldde omdat ik me vaak een alien voel. Ik heb zelf zo’n gevoel van vervreemding, en dat verwerk ik zo subtiel mogelijk in mijn werken. Ik wil dat mensen naar mijn schilderijen kijken en zich afvragen of er iets gaat gebeuren of niet.

Hoe breng je dat dan in beeld?
Ik beeld het moment vóór een gebeurtenis af. Ik zal niets afbeelden dat gruwelijk is, want dat vind ik een beetje gemakkelijk. Iedereen vindt overal over-gedramatiseerde beelden van expliciet geweld. We zijn in televisie en theater gewend geraakt aan het lugubere en we vergeten dat theatrale en overdreven aspect te relativeren. In een film zit er muziek bij, alles is geacteerd en de mensen gedragen zich niet zoals in de werkelijkheid. Ik wil zo’n zaken vermijden. Ik wil dat anders aanpakken. En dat doe ik door the moment of te vermijden.

Heb je daar een voorbeeld van?
Momenteel ben ik aan een video bezig over een talk show, John Doe. Dat is een naam die aan ongeïdentificeerde lijken wordt geven. John Doe is een buitenaards-achtige talkshow waarbij een host, gebaseerd op die van de typische Amerikaanse talkshows, een John Doe interviewt. Op de gaststoel naast hem zit dan een soort paspop, een afdruk van wat ooit een mens was. Omdat het een reconstructie van een lijk is, antwoordt die gast natuurlijk niet. Ze tonen in die talkshow telkens een video waarbij iemand het lijk vindt, en het publiek lacht daar dan mee.

Waarom lachen ze?
Door de sensatie. Alles in die talkshow is sensatie. Het is een beetje een verwijzing naar dat expliciete en sensatiegerichte aspect van de media. Mensen kunnen het ware niet meer onderscheiden van het neppe en zouden kunnen geloven dat die John Doe van het filmpje een écht lijk is. Als je iets wil geloven, is het geloofwaardig. Het publiek lacht ook om dat ongepaste en buitenaardse te benadrukken. Het voelt als geforceerd plezier en dat gebeurt in het echt ook. Bij talkshows gaat de sfeer soms een verkeerde kant op wanneer de gast het toneeltje doorbreekt, en op die momenten tonen de makers van het programma het publiek niet en voegen ze een lachband toe. De kijker is zich daardoor van niks bewust.  

Zie je het als kritiek tegen sensatie?
Kritiek klinkt alsof ik met het vingertje wil wijzen en dat is niet zo. Het werkt eerder als vertrekpunt, samen met dat onaardse en vervreemde aspect ervan.

Verwerk je dat ook in je schilderkunst?
Op één of andere manier wel. Vroeger tekende ik om te tekenen. Ik tekende omdat het kon. Nu teken ik met mijn gedachten. Ik heb bijvoorbeeld een schilderij aan mijn psycholoog verkocht, The Observers, waar ik als lijk op een grasveld lig met zwevende hoofden die me vanuit de lucht bekijken. Dat schilderde ik op basis van een gevoel. Met dat idee dat ik door iets groter dan mezelf bekeken word. Dat ik bespot word, en in een duistere comedy zit. Je merkt die paranoia op.

Begin je altijd met een specifiek idee voor ogen?
Niet altijd. Het gebeurt wel vaker dat ik achteraf ontdek waarom ik iets op een bepaalde manier aanpakte. Ik vind dat leuk omdat ik achteraf bij mijn gesprekken met de psycholoog ontdek wat de aanzet daarvan was. Ik leer mijn gedachten kennen, zelfs na het werk. Dat werkt verlossend.

Tekst en foto door Amber Deckers