Posted in Actua, LGBT

Holebi’s laten niet meer met zich sollen

“Acceptatie ligt in de handen van de maatschappij”

Na de moord op een homoseksuele man in Beveren, wordt de roep naar gelijkheid voor holebi’s terug luider. Het gevolg: tientallen protesten in het hele land en talloze debatten op tv. Enkele holebi’s getuigen over hun ervaringen.
Door Amber Deckers, Oliver Vereycken en Anne de Nijs

Tanguy Ottomer (39) is stadsgids in Antwerpen en probeert negativiteit op sociale media te ontwijken.

“Als je als homokoppel hand in hand rondloopt, heb je het gevoel dat je iets ‘verkeerd’ doet. Het is een gebaar van liefde en aantrekking dat toch door bepaalde mensen als iets fout gezien wordt, zelfs hier in Antwerpen. België hoort bij de top vijf beste landen voor LGBT+ rechten. Hier kunnen wij trouwen en kinderen adopteren zonder probleem. In bijna zeventig landen is homoseksueel zijn een misdrijf.”

“Volgens mij komt dat haatdragende gedrag voort uit onwetendheid. Mensen begrijpen niet wat het is omdat ze het zelf niet meemaken en vinden het gemakkelijker om het als iets onnatuurlijk te zien. Als je kijkt naar de gebeurtenis in Beveren en de uitspraak van het Vaticaan, dat homoseksualiteit een zonde is, dan weet je dat we als maatschappij beter moeten doen. Het is aan ons om de plooien glad te strijken.”


“Haat komt uit onwetendheid”

In een stijgende lijn

“De media moet hier absoluut aandacht aan geven en dat doen ze ook, maar de moord op die homoseksuele man is geen positief nieuws. De dagdagelijkse positieve dingen komen niet in de media en dat is jammer. Als je heel de tijd negatieve nieuwtjes uitzendt, zal dat mensen voeden om die negativiteit aan te houden. Het is gelukkig wel al een pak beter dan vroeger.”

“Sensibiliseringscampagnes helpen op kleine schaal, maar gaan de wereld niet veranderen. Het zijn de nieuwe media zoals Netflix die ervoor moeten zorgen dat de massa hun gedachtegoed openstelt. Ikzelf ben van het jaar ’81, en in die wereld zag de homowereld er vaak beangstigend uit. Toen werden homo’s aanzien als ‘Jambers-marginalen’. Als je nu kijkt zie je in series en films mannen met mannen, vrouwen met vrouwen, bi- of homoseksueel. Dat kan allemaal, en dat wordt op een normale manier in beeld gebracht. Als dit onderwerp in een mooi verhaal wordt gegoten, staan we al een hele stap dichter bij acceptatie.”


Ambiance

“Ik probeer het nieuws zo weinig mogelijk te volgen, zeker via sociale media waar je snel boodschappen kan verspreiden, zowel negatieve als positieve. En Facebook is de vuilbak van mensen hun mening. Als je die negativiteit aandacht geeft, blijft dat groeien.”

“Mensen moeten één ding weten: in de gay-community lachen we graag. Het leven is kort en we hebben lang genoeg in de kast gezeten. Laten we het gewoon plezant houden. Ik heb zelfs hetero vrienden die liever naar gayclubs gaan, puur voor de ambiance.”

Gianni (21) is student verpleegkunde en is zelf al slachtoffer geweest van holebihaat.

“Ik krijg soms opmerkingen naar mijn hoofd geslingerd zoals ‘die homo is daar’, ‘ha, gay!’ of ‘daar is hij weer mijn zijn vriendinnetjes’, omdat ik veel vrouwelijke vrienden heb. Toen ik naar de hogeschool ging minderde dat een beetje, maar het zijn vaak jongens die zulke kinderachtige opmerkingen maken.”

“De sociale media zijn een grote bron van pesterijen. Ik heb op TikTok al veel negatieve reacties gekregen. Mensen begonnen elkaar taggen om mij uit te lachen. Ook al geven mensen je honderd positieve opmerkingen, die negatieve zullen beter blijven hangen.”

“Je bent meer dan je geaardheid ”

“Ik vind het jammer dat mensen zichzelf niet kunnen zijn. Mensen zeggen altijd van wel, maar je merkt dat dat niet klopt. Tijdens avondjes uit werd ik vaak beledigd, op zo’n momenten wou ik dat ik sterker, breder en groter was zodat ik voor mezelf kon opkomen. Nu ik ouder ben, probeer ik die persoon te zijn voor anderen.”


Senna (23) studente Journalistiek aan de AP Hogeschool verbaast zich dat mensen zich zo verwonderen over holebihaat

“Holebihaat vindt dagelijks plaats, in de vorm van kleine opmerkingen of beledigingen, maar niemand weet ervan. Het is een moeilijk gegeven. Enerzijds is het superbelangrijk dat we aandacht schenken aan dit probleem en aan de agressie tegenover de LGBT+ gemeenschap, anderzijds wil je geen aandacht schenken aan de mensen die zulke zaken uitvoeren.”


Meer dan een object
“Ik ben al vaak geobjectiveerd vanwege mijn geaardheid. Ooit kwam een man naar mij toe om te vragen of ik een vriend had. Ik zei dat ik een vriendin had, waarop hij begon te vertellen dat hij dat enorm geil vond. Een andere keer tijdens een picknick met mijn vriendin kwam een man achter ons zitten om ons voortdurend aan te staren.”

“Ik vind dat lastig. Het is natuurlijk anders dan wanneer ze iemand vermoorden of aanvallen vanwege hun geaardheid, maar elke soort discriminatie is een inbreuk is op je grondrecht en op je bestaan. Het is een aanval op alle mensen die in de LGBT+ gemeenschap zitten.”

“Vroeger paste ik me aan zo’n opmerkingen aan en hield ik de hand van mijn vriendin niet meer vast. Nu ben ik daar doof voor geworden. Het blijft gewoon jammer dat het sociaal aanvaard lijkt dat mannen zulke opmerkingen mogen maken op twee vrouwen die elkaars hand vasthouden.”

Op een onbewoond eiland
“We zitten al veel verder dan vroeger, maar er zijn nog altijd pijnpunten die belicht moeten worden”, vertelt Senna. “Ze brengen de LGBT+-gemeenschap vaak in beeld als iets exotisch. Het is zelfs op mijn eigen school recent gebeurd dat ze een artikel publiceerden over de gay-scene en dat dat een hook-up-culture is. Ze stigmatiseren onze gemeenschap volledig.”

“Wij hebben voor die klas een lezing georganiseerd en vroegen wie daar hetero was. Toen ze hun handen opstaken, maakten we banale opmerkingen zoals “Oh my god, ben jij hetero? Ik heb altijd al een hetero beste vriend willen hebben!” Wij krijgen die soms ook naar ons hoofd geslingerd, en door die terug te kaatsen kunnen hen leren in perspectief te plaatsen hoe stom ze eigenlijk zijn.”

“Ik heb er zeker hoop in dat holebihaat zal wegebben. Er is simpelweg nog werk aan de winkel op het vlak van normaliseren en integreren. Vooral op vlak van politiek. Er moet zeker representatie zijn. Je kan oudere witte hetero mannen niet volledig laten beslissen over zaken rond de LGBT+-gemeenschap. Als je er zelf geen onderdeel van bent, weet je niet hoe je het best aanpakt. Het is belangrijk dat iemand van de gemeenschap dan niet wordt gebruikt als een pion om aan te tonen hoe erg de politici mee zijn met de tijd. Door dat te zeggen, maak je er weer iets exotisch van. Iemand wordt gekozen omdat hij of zij een goede politicus is en moet dat kunnen zijn zonder non-stop te worden gedefinieerd als LGBT+ persoon. Je bent niet alleen je geaardheid.”

Deze bijdrage kadert in de Intercultural Readiness Check waarmee APJournalistiek de interculturele reflex van zijn studenten wil aanscherpen.

Verschenen in Den Triangel
Jaargang 14, Nummer 4
Foto door Anne de Nijs

Posted in Actua

Toneelhuis en AP Hogeschool slaan handen in elkaar met ‘APRIL’


In 1990 had de Amerikaanse ambassadeur April Glaspie een gesprek met president Saddam Hoessein. Na de cruciale woordenwisseling begon de Golfoorlog en verdween Glaspie uit de schijnwerpers. Toneelhuis werkt samen met studenten Journalistiek van AP Hogeschool aan ‘Alles over April’. Een site naar aanleiding van het nieuwste toneelstuk van Willem de Wolf, waarin Glaspie weer even in de schijnwerper staat.
Door Amber Deckers

“Het is intrigerend dat April Glaspie zo plotseling uit de schijnwerpers verdween”, vertelt studente Hannah. Haar collega’s Louise en Manon gingen op zoek naar April Glaspie, en zetten een blog op poten om verslag te brengen. “Het is belangrijk dat we de gebeurtenissen van toen herdenken”, gaat Hannah verder. “Er is veel gebeurd, er vielen veel slachtoffers. Bovendien weten mensen het fijne niet over diplomatie of Irak. Het is tijd om dat te veranderen.”

Hannah interviewde verschillende diplomaten en experts, en verraste zichzelf gaandeweg. “Diplomatie is veel interessanter dan ik oorspronkelijk dacht. Het leek me een erg droog onderwerp, terwijl er veel in de achtergrond schuilt waar je op het eerste zicht niet aan denkt. Ik hoop dat anderen net zo veel als mij kunnen leren uit de content die we erover maakten.”

‘April’ opent haar deuren voor publiek zodra de cultuursector weer opstart. Katelijne Damen, Eelco Smits en Sabri Saad El Hamus, vertellen een verhaal over Irak, diplomatie en de minpunten van journalistiek. De studenten van AP Hogeschool ontfermen zich daarvoor alvast volledig over hun project: ‘Alles over April’.

Verschenen in Den Triangel
Jaargang 14, Nummer 4

Posted in Actua

Edito: Kerst op afstand

De kerstperiode komt langzaamaan vanachter een hoek piepen, en zoals velen beseffen we dat het dit jaar een heel andere soort kerst zal zijn. Geen grote familiefeestjes en geen avonden met ouders of grootouders. Enkel een avond voor jezelf of je eigen bubbel. 2020 was voor velen een jaar vol tegenslag en hindernissen, en moeilijkheden die we niet voorzagen. Toch blijft het belangrijk dat we genieten van de momenten die we wél krijgen. Het wordt voor velen de soberste Kerstmis in vele jaren, of juist een eenzamere Kerstmis dan gewoonlijk, wat niet altijd gemakkelijk valt.

Bij tegenslag kom je op de beste ideeën

Toch komen mensen op de meest inventieve ideeën wanneer ze tegenover deze soort barricades komen te staan. Zo hebben we bij ons thuis al een plan om met mijn grootouders te videochatten terwijl we hetzelfde gerecht eten, maar dan vanuit een ander huis. Later in de avond zetten we ons met z’n allen in de woonkamer, en projecteren we hun gezichten op onze televisie. Het is anders dan anders, maar het zorgt ervoor dat we toch nog met elkaar in contact kunnen blijven. Op dat vlak leven we in een zéér goed tijdperk.

Het tijdperk waarin onze beste vriend, zus, broer, kind, ouder, oom of tante maar één tikje van ons is verwijderd, en vele bedrijven er álles aan doen om mensen met elkaar te verbinden. De mogelijkheden zijn eindeloos, en daar zijn wij als redactie best dankbaar voor. Op naar 2021, een jaar vol hoop en hopelijk vele dikke knuffels.

Posted in Actua

Hans De Munter mijmert over zijn jeugd in de Boerentoren

“Als ik kon ging ik er meteen weer wonen”

Acteur Hans de Munter spendeerde zijn jeugd in de Boerentoren van Antwerpen. Zijn vader werkte als directeur bij Mobezit, een bedrijf dat de Boerentoren beheerde, en werd geacht er met zijn familie in te trekken. Nu de Boerentoren opnieuw verkocht is, kijkt de Munter met plezier terug naar zijn jeugd in dit iconisch gebouw.
Door Amber Deckers en Demi Feron

“Toen ik er als tiener woonde, hechtte ik geen belang aan alle speciale verhalen die zich voor mijn ogen ontvouwden, maar na al die jaren ontdekte ik dat veel was blijven hangen.” Hans De Munter leerde tijdens zijn verblijf in de Boerentoren houden van de stad en werd na een tijd een echte stadsmens.

“Eerst vond ik het er verschrikkelijk. Wij woonden daarvoor in een villa in Koningshof en plots werd ik in een dichte ruimte in een toren gezet. Dat is voor een zevenjarige een trieste bedoening.” Voor ze verhuisden, voetbalde Hans waar hij maar wou en liepen hij en zijn vrienden van de ene naar de andere tuin. In de stad was dat een ander verhaal. Er kwamen zelden vriendjes langs, tenzij hij ze meenam van school, en voetballen in de woonkamer leek hem niet zo’n goed idee.

Opbouw Boerentoren  ©KBC-archief

Stedelijke avonturen

Ondanks zijn teleurstelling na de verhuizing leerde De Munter de stad kennen op zijn eigen manier. “Mijn zus was een echte student. Ze hield zich praktisch heel de tijd bezig met school en ik was eigenlijk precies het omgekeerde. Vanwege mijn lage inzet en slechte punten stuurde mijn moeder mij altijd op schok om de boodschappen te gaan doen en eigenlijk vond ik dat helemaal niet erg. Als ze me zagen vertrekken wisten ze zelden wanneer ik weer thuis zou komen, omdat ik zo lang rondkuierde in de straten. Dan moest ik bijvoorbeeld garen gaan halen en ging ik in de winkel strips lezen tot ze mij buiten schopten of neusde ik uren door platenbakken in de platenwinkel. Ik ontdekte de stad ontzettend graag.”

Maar de stad was niet de enige plek waar hij avonturen beleefde. Ook de toren was voor hem een eigen speeltuin, al vond niet iedereen dat even geweldig. “De liften van de boerentoren zijn me altijd bijgebleven. Vroeger waren dat echt liften met ‘liftmannen’ die de hendel naar beneden duwden of omhoog trokken naargelang waar je heenging, een beetje zoals een oud stoomschip. En omdat ik de zoon van de directeur was lieten sommigen mij zelf die lift besturen, wat ik natuurlijk met veel plezier deed. Na een tijdje kon ik die liften bijna even goed besturen als de mensen die er werkten.”


©KBC-archief

Nieuwe technische snufjes  

Toen kwamen er in ’69 nieuwe liften, moderne Westinghouse-liften uit Amerika, omdat die zogezegd het beste van het beste waren. Dat verliep echter niet zo vlot. “Die lagen elke week plat. Echt élke week. Ik kan je vertellen dat 23 verdiepingen een heuse beklimming zijn. De trip naar beneden bleef doenbaar, maar die naar boven… dat was een ander verhaal.” Al hielden die pannes Hans niet tegen om met de knoppen van de lift te prutsen. “Normaal gezien duurde een trip van de benedenverdieping tot de 23ste zo’n minuut, en als je al die knoppen induwt duurt dat een pak langer. De lift stopte dan ook bij elke verdieping tot je ze allemaal bereikt had. Mijn vader kreeg daarna vaak een reactie van de baas van de liftmannen of van de portier, maar dat hield ons meestal niet tegen.”

Terugkeren

Na twaalf jaar in de toren te hebben gewoond, kreeg zijn vader een job in New York, waarna ze verhuisden. Wanneer we vragen of hij terug zou willen gaan, knikt hij resoluut. “Zeker weten. Ik zeg het vaak: ‘Als ik ooit de Lotto win koop ik de Boerentoren zelf en ga ik weer op de 23ste verdieping wonen.’ De zaken die je daar ziet, dat houd je niet voor mogelijk. Je ziet de wereld uit een heel ander perspectief en merkt zaken op die beneden niet zichtbaar zijn. Ons uitzicht in het appartement was een beetje zoals de televisie of het haardvuur in deze tijd. Wanneer je in gesprek bent met iemand en je aandacht plots volledig wordt opgeslokt door het plaatje dat zich voor je afspeelt. Aanmerende boten, rook van fabrieken, ontsporende trams (lacht)… je ziet álles. Dus ja, ik zou zo teruggaan.”

Verschenen in Den Triangel
Jaargang 14, Nummer 2