Lesgeven aan een joodse school voor een buitenstaander
Inge (59) geeft al 39 les aan een joodse school. Haar klas bestaat uit kindjes van vier à vijf jaar. Ze vertelt ons meer over de werking van haar school en haar ervaringen.
“Lesgeven is daar nooit saai of repetitief. Je leert al doende wat ze aanvaarden en wat niet. Toen ik juist begon, kende ik niks van de Joodse gebruiken. Ik heb de knepen van het vak moeten ontdekken met vallen en opstaan. Zo had ik in mijn eerste jaar per ongeluk eten voor de kinderen meegenomen, maar het was niet kosjer. Gelukkig heeft de joodse juf mij daarop gewezen, en maakte ik die fout daarna niet meer.”
Staat die joodse juf voor een andere klas?
Zij geeft ook les aan mijn klas. Ik sta namelijk niet alleen voor de klas. In de voormiddag geven we met ons tweeën les, in de namiddag alleen ik. Ze hebben ook een mannelijke joodse leerkracht, die de kindjes leert lezen in het Hebreeuws. Bij die taal lees je van rechts naar links. Dat kan soms best een uitdaging zijn voor hen! Want wanneer we ze logisch leren rangschikken, leggen ze het laatste prentje vaak op de eerste plaats.
Hoe ziet een schooldag er meestal uit?
Ik begin pas met werken na tien uur. De joodse juf is er al om acht uur, wanneer de lessen beginnen. Voor ik aankom doen de kindjes een ochtendgebed. Bij dat gebed moeten ze hun gebedskoordjes of tsitsiot een kus geven. Ze bidden bij elke maaltijd, en die gebeden verschillen ook elke keer. In de voormiddag krijgen ze les religie of Hebreeuws, en in de namiddag ontferm ik me over mijn eigen thema’s. Die krijgen we in het begin van het jaar en daar mogen we dan vrij les over geven.
De nadruk ligt dus op geloof.
Ja, zeker en vast. Alles in de school is aangepast aan het geloof. De gebeden voor het eten, de lessen Hebreeuws en godsdienst en ook de manier waarop we met de thema’s omgaan.
Wat bedoel je daarmee?
We verwerken bijvoorbeeld geen seksualiteit in onze lessen. Kleuters krijgen daar sowieso geen les over, maar het gaat hem vooral om het concept ‘een jongen en een meisje’. Dat mag niet, en ik pas mij daar dus aan aan. Ik lees soms bijvoorbeeld een prentenboek voor op het einde van de dag, en merk dat er iets in staat wat zij niet mogen horen. Dan sla ik die pagina over en verzin zelf iets.
Is het moeilijk in te schatten of iets niet mag?
In het begin is dat inderdaad niet gemakkelijk, maar je zit daar elke dag van de week, dus je krijgt het op den duur onder de knie. Wij krijgen ook een lijst van onderwerpen die niet besproken mogen worden, dat maakt het iets overzichtelijker.
Dus er is wel een structuur.
Wel (lacht), eigenlijk juist niet. Het joodse geloof heeft niet zo graag structuur. Op school merk je dat ook. Dat kan af en toe erg chaotisch zijn. Die kindjes hebben dat ook overgenomen. Sommige leerkrachten hebben bijvoorbeeld puntenboekjes die oudere kinderen dan zullen wegnemen van het bureau waardoor de leerkracht het niet vindt. Soms valt er ook onverwacht een les weg omdat de joodse juf of meester plots de dagplanning omgooit.
Daarom zie je veel leerkrachten komen en gaan. Niet iedereen kan met de chaos om. Pas op, vroeger was ik niet zo zelfzeker als nu. Het heeft een tijd geduurd voor de school me volledig vertrouwde, maar nu ken ik de klappen van de zweep.
Wat zijn die klappen?
Af en toe komen die kindjes naar mij toe en zeggen opeens: “Jij bent een gojim.” Dat wil zeggen dat je een niet-jood bent. En dat is ook zo. Maar je moet soms toch wel even slikken wanneer een kindje naar je toestapt en zegt: “Jij bent gojim en die zijn slecht.”
Al weet ik al beter hoe ik daar op moet reageren. Ik vertel ze gewoon dat ze lief moeten zijn voor iedereen. Bij kleuters is dat gemakkelijker aan te leren dan bij oudere kinderen. Die kunnen niet-joodse leerkrachten soms wel uitdagen. Bij mijn kindjes is dat echter geen probleem.
Je moet een dikke huid hebben.
Ja. Het is belangrijk dat je als leerkracht rekening houdt met hun geloof en hun wensen of verwachtingen. Daarom pitchen we eerst een idee voor we er aan beginnen.
Als je naar een poppenshow wil, gaat de joodse leerkracht eerst checken of die wel oké is voor de kinderen en of die geen slechte onderwerpen bespreekt. En ook voor de ouders moet je je aanpassen. Het is belangrijk dat ik altijd een rok draag tot aan mijn knieën.
Op mijn eerste dag had ik een broek aan, waarop de joodse directeur me meteen aansprak. Dat was een flater (lacht). Dan tikken ze je op de vingers en mag je die fout niet opnieuw maken. Je krijgt vrijheid, maar je moet het geloof zeker blijven respecteren.
Joodse directeur? Is er een andere soort directeur?
Mijn school heeft twee directeurs. Eén die zich ontfermt over de kinderen en de religie, dat is de joodse directeur, en één die zich bezighoudt met het onderwijsaspect van de school. Die overziet dan het leerplan en controleert of de school hem volgt.
En is dat zo?
Nee. Wij moeten dat als school wel doen, omdat we gesubsidieerd worden door de staat. Maar wij bespreken nooit seksualiteit. Dat vernoemen we nergens en eigenlijk zou dat wel moeten. De inspectie komt af en toe bij ons kijken om te zien of we het leerplan volgen. Als dat niet zo is, moeten we daar verandering in brengen vóór ze terugkeren.
Hoe vaak wijkt de school af van het leerplan?
Bij mijn school valt dat toch nog mee. Je geeft les aan kleine kindjes, waardoor je sowieso geen seksualiteit bespreekt. In de lagere school is dat extremer. Dan is er een vrouw wiens specialiteit censureren is. Zij doorstreept met een zwarte stift de ‘foute’ dingen uit een schrift. Ze maakt een kort rokje in het boek langer of ze verlengt korte mouwen van een T-shirt tot langere mouwen tot aan de ellenboog…. Het is niet gemakkelijk je religie te combineren met het leerplan. Dus ze doen dat in de mate van het mogelijke.
De school is altijd in beweging.
Zeker en vast, maar ik vind het geweldig. Dat zijn allemaal jongens, echte wildebrassen. Die sprinten dan op de speelplaats rond en doen alsof ze de Power Rangers zijn. Dat is hilarisch en ontzettend amusant. Je raakt er nooit verveeld en het is altijd anders dan anders. Meestal kom ik thuis met suizende oren en heb ik een half uurtje nodig voor ik aanspreekbaar ben, maar ik zou het nooit voor iets anders ruilen. Nooit.