Posted in FICTIE

Neem me mee

Voor een opdracht aan de kunstschool waar ik studeer, moest ik een passieve tekst schrijven vanuit het ik-perspectief waarbij ik de woorden ‘ik’ en ‘mijn’ níet mocht gebruiken. De woorden ‘me’ en ‘mij’ wel. Het was een uitdaging, maar dit is het resultaat!

Ze vliegen. Honderden vogels rond te kerktoren, een meute van gekras in de lucht. De bus wacht op me, een kilometer ver, tot deze voeten opstappen en haar wielen me vervoeren. Vreemden wachten met me mee.
Ze ijsberen voor de zitbank, turen naar het uurrooster, ontwijken blikken, kijken weg. Naar de vogels aan de toren. Een vlaag wapperende vleugels, hypnotiserend en uniform.
Daar gaat hij. De telefoon. Omhoog. In de lucht. Wijsvinger boven de knop. Het vastleggen van een tafereel. Het verkopen van een momentopname. Daar gaat ze. Die vingertop naar het roze vierkantje. Die hartslag de hoogte in.
Klikken en selecteren. Typen, lezen, herlezen. Klikken en schuiven en typen, lezen, herlezen. Gepost. Maar voor wie? Voor mij? Voor de mensen die me volgen en voor zij die er voor mij niet toe zouden mogen doen?
Kijk. Naar de vogels. Kijk weg. Van het scherm. Van de namen. Getallen. Tijdelijke geruststelling. De tijdelijke roes. Gezien geweest. Gezien worden. Gezien zijn. Deel van een meute, maar nooit echt helemaal.
De kraaien vliegen alle richtingen uit, warrig en schijnbaar zonder richting, maar altijd samen. In harmonie. Zouden ze me met zich kunnen meenemen? Waar ze ook heen gaan? Zouden ze het me kunnen leren? Mee te vliegen op de golven van de wind?
Zonder verplichtingen, zonder een noodzaak, zonder een doel. Van het ene niets naar het andere. Bewegen uit reflex, niet als opgave. Ademhalen uit zichzelf, niet als keuze.
Telefoon weer weg. Hoofdschudden. Ogen sluiten. Ogen openen. Wegkijken wanneer een man aan de lantaarnpaal naar me staart. Me weer omdraaien. Glimlachen. Niet glimlachen? Niet gemeen zijn. Fronsen is onbeleefd. Maar hij wendt zich af.
Naar de zwerm die zich tegen het zonlicht uitstrekt. Onaangedaan door de ijzige koude. Ongeroerd door donkere dagen en korte nachten. Eeuwige gedachtestromen die geen steek houden, eeuwige beginnen en eindes.
Zouden ze me met zich mee kunnen nemen? Onder de armen mee de lucht in, voeten van de grond, zo licht als een veertje. Op naar een niets. Een verlossend, alleszeggend niets. Een vluchtige eindeloosheid. Geen eindeloze vluchtigheid.
Geen getallen die stijgen of dalen, een ademhaling die stokt, geen nietszeggende prenten van kleine en geposeerde momenten, een hart dat hapert, geen gepolijste woorden die mooier klinken dan de chaos van een hoofd.
Ze krassen. De vogels.
Ze krassen.
Het is geruststellend. Herkenbaar.
Eén van hen blijft verloren achter op de torenspits, kijkt toe hoe de anderen van haar wegvliegen, naar haar terugvliegen, van haar wegvliegen. Telkens weer opnieuw.
Een telefoon in de zak. Ze trilt. Een reactie. Ze trilt. En een hart staat stil. Ze trilt. En een ademhaling stokt. Ze trilt. En de roes daalt over me heen.
Handen zouden kunnen gaan zoeken. Naar wat ze zeggen. Wie me wil zien. Zich voor me wil laten horen. Maar de bus wacht op me, een meter ver, tot deze voeten opstappen en haar wielen me vervoeren. Vreemden stappen met me op. Ze lopen naar hun stoel, turen uit de ramen, ontwijken blikken, kijken weg.
En de vogels vliegen.

Posted in schrijven

schrijfsels op de plank

Kill your darlings,” zegt men wel vaker. Dat concept ga ik ook bespreken, maar in dit geval over de wanhoop die je kan voelen wanneer je merkt dat een verhaal nergens heengaat. Ik heb altijd gedacht dat het betekende dat ik het de prullenbak in moest gooien, maar eigenlijk klopt dat niet.

Ik werk momenteel aan een verhaal waarbij ik zelden verder geraak dan enkele duizenden woorden. Het is vooral deprimerend wanneer ik naar het woordenaantal kijk – 20.000 – en dan zie hoeveel woorden ik voor een ander verhaal heb geschreven waar ik nog maar een half jaar aan werk – 85.000.

CUt the counting

Dat gedemotiveerde gevoel helpt niet. In tegendeel. Als je steeds meer op je woordenaantal begint te letten, lijk je nooit veel verder te geraken. Om eerlijk te zijn, zijn er soms eenmaal verhalen waar je niet meer dan enkele duizenden woorden uit krijgt. Iets wat ik zelfs moest leren: niet alle verhalen worden een boek. En dat hoeft ook niet. Je kan evengoed een novella uitbrengen met honderd pagina’s.

Als je verhaal goed zit, zullen lezers het sowieso geweldig vinden. Bovendien zoeken sommige mensen korte boeken omdat ze niet graag dikke boeken lezen, en kan jouw verhaal daar de oplossing voor zijn. Een boek hoeft niet per se dik te zijn om goed te zijn. Maar genoeg daarover, woordenaantallen wil ik in de toekomst iets gedetailleerder bespreken.

 Book: photo by Rashtravardhan Kataria

van passie naar realisatie

Ik heb meestal de neiging mijn plannen volledig op te geven wanneer het schrijven niet meezit. Soms denk ik maandenlang dat ik aan een verhaal zal beginnen, om dan na een tijd te beseffen dat het niet gaat werken.

Meestal ben ik dan ontzettend enthousiast over een concept – in sommige gevallen leg ik het hele plot zelfs uit aan mijn beste vriendin – om na een tijd te realiseren dat ik er toch niet aan zal verder schrijven. Niet omdat het een slecht verhaal is. Ik vóel simpelweg dat ik de woorden niet uit mijn vingers ga kunnen trekken. Het ziet er allemaal heel mooi uit in mijn gedachten, maar zal nooit terechtkomen op de pagina’s van een boek. Dat betekent niet dat ik het nooit meer kan gebruiken natuurlijk!

In sommige gevallen merk je dus dat er niks in je verhaal zit. In andere gevallen – en de meest frustrerende gevallen naar mijn mening – krijg je geen woorden op je blad, maar je moet en zal dat verhaal toch schrijven. Ik zit al drie jaar met een concept in mijn hoofd waarbij ik niet verder geraak dan 25.000 woorden. En hoewel ik weet dat het personage nog zoveel moet meemaken, heb ik géén idee hoe ik dat in godsnaam in 55.000 woorden moet neertypen. Het antwoord daarop?

crumpled piece of paper: photo by Steve Johnson

Doe het niet. Er is niks frustrerender dan vastzitten in een verhaal, en niet weten hoe je het in hemelsnaam moet oplossen. Soms heb je gewoon tijd nodig om het verhaal in je hoofd te ontwikkelen.

Laten we even doen alsof ik werk aan een boek over een meisje dat als robot tussen de mensen leeft en haar identiteit niet mag blootgeven. Ik weet zogezegd dat ik het verhaal erg graag wil vertellen omdat ik een bepaalde boodschap wil overbrengen. Toch lukt het me niet. Dat kan aan verschillende zaken liggen, en ik ga drie situaties opsommen die ik zelf al heb meegemaakt. Dus als jij in hetzelfde schuitje zit, high five!

  • Je kent je personages niet.
    Je wil aan een verhaal beginnen en het is geweldig leuk om te schrijven, maar eigenlijk weet je niet goed genoeg hoe je personages in elkaar zitten. Hoe zouden ze reageren op bepaalde situaties? Wat maakt hen anders dan anderen? Hoe zien ze eruit? Wat zouden ze eten als ze een allerlaatste maaltijd mochten uitkiezen? Het kunnen de vreemdste vragen zijn, maar als je je personage nog niet goed kent, weet je het antwoord op die vragen niet. Zelfs al zou je personage zeggen dat die als laatste maaltijd nog liever toiletpapier eet dan zijn favoriete eten, is het nog steeds een representatie van hun persoonlijkheid. En als je daar geen idee van hebt, zit je vaak vast omdat je niet kent waar je over schrijft.
  • Je weet onvoldoende over het onderwerp waarover je vertelt.
    Als je bepaalde zaken op regelmatige basis moet bespreken, is het van essentieel belang – lekker dramatisch gezegd, ik weet het – dat je er meer over opzoekt. Stel dat ik bijvoorbeeld niet veel weet over de robots van deze tijd, dan zoek ik er best veel over op voor ik aan mijn verhaal begin. Van boeken lezen tot documentaires kijken en zelfs met specialisten praten. In sommige gevallen – als het eerder gaat over emoties en psychische situaties – kan het erg helpen om gesprekken aan te gaan met mensen die er zelf ervaring mee hebben. Als je de wereld kent waarover je schrijft, schrijf je veel vlotter. Waarschijnlijk daarom dat elk young-adult hoofdpersonage gepassioneerd klassieke boeken leest…
  • Je weet wel waar je verhaal over moet gaan, maar weet nog niet zeker hoe het zal lopen.
    Soms begin je aan een verhaal, en heb je na enkele schrijfsessies nog geen idee wat er hoort te gebeuren tussen het begin en het einde. Je weet wel wie je personage in het begin is, en hoe het zal worden, maar alles daartussen is een mysterie. Frustrerend, want je vindt je verhaal negen kansen op tien geweldig en wil dat het lukt.

Wachten, en wachten én wachten

Het is nooit gegarandeerd dat een verhaal zal lukken, maar geef het niet per se op. Laat je verhalen op de achtergrond sidderen terwijl je verdergaat met andere zaken. Soms moet je inspiratie vinden die je op dat moment nog niet hebt, en soms heb je gewoon de tijd nodig om het verhaal in je hoofd vorm te geven. Af en toe is de oplossing voor dit probleem heel tegennatuurlijk: schrijf niet.

Ik heb op dit moment twee boeken op me liggen wachten met volledige plotlijnen. Die plotlijnen en verhaallijnen kan ik nu eender welk moment eenvoudig veranderen, omdat ik nog niet aan het schrijven ben. Bij mijn ene boek heb ik zelfs maar enkel het eerste deel van het boek geschreven, omdat ik mezelf de tijd wil geven om het tweede deel te bedenken. Dus ik zweer het je, je hoeft niet per se op te geven op een verhaal wanneer je niet verder geraakt dan enkele woorden. Het kan al meer dan voldoende zijn om te wachten. Geen geweldig concept voor een enthousiaste schrijver, maar verrassend effectief.

Hoe je aanvoelt of een verhaal ooit zal werken of niet weet ik niet. Dat zit echt puur in je binnenste. Het is je zesde zintuig bij wijze van spreken. Je voelt dat zo’n verhaal op papier moet worden geschreven, al is het enkel voor jezelf.

Als je een verhaal hebt dat je per se wil waarmaken, en toch telkens weer opzijschuift, kan tijd de ideale oplossing zijn. Hopelijk vind je na die tijd de inspiratie die je zocht!

Sincerely,
Me


Schrijf je zelf en zoek je naar goede en deftige tips over schrijven? Ik raad je deze drie zaken aan:
Reedsy
Abbie Emmons
Masterclass

Posted in schrijven

Een gebrek aan woorden

Het meest verschrikkelijke deel van een schrijfproces, is het moment dat je wel ideeën hebt, maar er geen woorden komen. Op dat vlak bestaan er verscheidene situaties, en ik beschrijf de situaties die ik zelf al heb meegemaakt.

Zoals ik al eerder zei, ik ben geen best-seller-schrijver of zelf gepubliceerde schrijver, dus ik kan niet spreken van deadlines voor uitgevers en al die zaken. Ik schrijf nog steeds voornamelijk voor mijn eigen plezier, maar soms is het even frustrerend om te willen schrijven en niks op mijn blad te krijgen.

Writer’s block wie?

De schrijversblock, het is een term die niet-auteurs zelfs kennen, en o boy ze is irritant. Op dit moment zit ik in een fase van schrijversblock waar ik zelf een beetje van doordraai. Ik wil ontzettend graag schrijven, maar zodra ik me voor mijn laptop zet en begin te typen, krijg ik de letters maar stroef op mijn scherm. En als ik woorden op mijn blad krijg, klinken ze op vaak niet eens goed. Die soort schrijversblock valt voor mij vooral te wijten aan vermoeidheid. Een verhaal waar ik in één maand 49.000 woorden voor kon schrijven, wordt opeens een verhaal waar ik twee maanden later amper 20.000 woorden meer bij heb getypt. Maar waar ligt dat bij mij dan aan? Ik veronderstel zelf aan deze zaken:

  • Mijn hoofd zit overvol met deadlines en andere opdrachten, waardoor ik geen ruimte heb voor meer.
  • Ik ben niet uitgerust genoeg om met heldere gedachten aan een verhaal te werken, met als gevolg dat ik geen mooie, goede woorden over mijn lippen krijg – of vingers in dit geval.
  • Ik denk te veel na.

Te veel nadenken? Hoe kan dat nu slecht zijn? Geloof me, je moet zorgen voor realiteitsbesef en realisme, maar als je te ver gaat in die over-analytische onderzoeken of je verhaal wel klopt, raak je uiteindelijk verstrikt in je eigen web van gedachten.

Overkill

Iets wat ik mezelf nog regelmatig probeer te vertellen, en iets wat vele anderen al tegen me hebben gezegd: “Denk niet té veel na bij wat je schrijft.” Als je te veel overdenkt wat je gaat noteren, noteer je uiteindelijk niks. Dat verklaart ook waarom ik zo gemakkelijk zoveel woorden kon schrijven in september. Eerst en vooral had ik op dat moment geen les, en kon ik me voor de volle 100% focussen op mijn verhaal, en daarnaast schreef ik spontaan. Ik schreef wat in me opkwam en zou later bekijken of ik het wou behouden of niet.

Oké, er staan zaken in de tekst die ik nu zal wissen, maar die duizenden woorden zijn meer dan genoeg back-up voor de honderdtal woorden die ik uiteindelijk zou wissen. In plaats van me zo overvloedig te focussen op welk personage wat zegt en of dat allemaal wel klopt, moet ik gewoon schrijven wat in me opkomt. Wanneer ik alles doorlees en weet wie de personages écht zijn, kan ik dat altijd aanpassen. Maar ja, vertel dat eens aan mezelf. Ik typ het hier nu neer, en zit nog altijd niet te schrijven van jewelste.

5% battery life left

Een over-analytisch brein is echter niet het enig mogelijke probleem. Ik heb het ongeveer een maand volgehouden om elke dag minstens tweeduizend woorden te schrijven, maar na een tijd kan je hoofd dat er gewoon niet meer bijnemen. Ik probeerde nog zo veel mogelijk aan mijn verhaallijn en verhaalstructuur te werken, zodat ik niet altijd het gevoel had dat ik vastzat. Ik ben ook veel beginnen lezen, omdat ik altijd voel dat ik beter kan schrijven wanneer ik veel lees. Deze keer hielp dat jammer genoeg niet veel. Mijn hoofd was te moe om er nog iets nieuws bij te nemen naast tientallen deadlines van meerdere vakken. En dus hang je even in limbo, afvragend wanneer je éindelijk nog eens een verdomd woord op je pagina krijgt.

Bye, bye inspiratie

Een voor de hand liggende reden voor een schrijversblock is een gebrek aan inspiratie – hierbij gaat het puur om het begin van een verhaal of verder werken aan een verhaallijn. Soms heb je simpelweg geen inspiratie. Geen. Je zit naar je papier te staren en wil zo ontzettend graag schrijven omdat dat het liefste is wat je doet, maar er komt niks, nada, noppes. Dat is één van de meest frustrerende versies van schrijversblock die ik al heb gekregen. Omdat je ontzettend graag wil schrijven, en je geen flauw idee hebt waar je over zou moeten schrijven, of wat er nu hoort te gebeuren in je verhaal. En nogmaals, dat kan ook aan de redenen hierboven liggen. In vele gevallen is dat ook zo.

Ik vind een combinatie van een gebrek aan inspiratie en de redenen hierboven het rotst, omdat ik dan zelfs niet aan de verhaallijn kan werken. Het voelt verschrikkelijk om vast te zitten in een verhaal. Ik lees graag, ik kijk graag televisie… maar soms wil ik gewoonweg verdrinken in een eigen fantasie met personages die de gekste dingen meemaken.

En het enige wat bij mij op zo’n moment werkt is tijd. Tijd nemen en wachten en wachten en wachten. En de laatste twee dagen had ik ontzettend veel zin om te schrijven, maar ik hield mezelf tegen omdat ik wist dat ik meteen zou stilvallen, en dat dat me onmiddellijk zou demotiveren. Datgene wat je de ene keer uit een writer’s block haalt, werkt de volgende keer misschien niet meer.

Het is een trial en error, en in het geval van vermoeidheid verveel je jezelf best een tijdje dood, zodat je daarna weer voldoende motivatie hebt om er verder aan te beginnen. Indien je zoals mij bent en vastzit; neem je tijd. Probeer in je hoofd te werken aan zaken die wél vooruit geraken. Werk aan een verhaallijn die al lang op je ligt te wachten, of schrijf de meest willekeurige korte gedichten – die helpen mij erg vaak om woorden te kunnen schrijven zonder dat ze per se een heel boek met zich mee moeten kunnen dragen. Bij wijze van spreken smijt je tien willekeurige woorden op één blad als samenvattend verhaal, of som je juist tien woorden op die in een verhaal móeten zitten.

Op Pinterest vind je verscheidene schrijfoefeningen die je zeker en vast vooruit kunnen helpen indien je creatief bezig wil zijn maar geen vooruitgang ziet in je huidige verhaal. Als je schrijft voor je plezier en nog geen deadline voor publicatie hebt, is het heus geen ramp als je je even op een ander project focust. Als je die creatieve sappen maar kan laten vloeien!

Sincerely,
Me


Schrijf je zelf en zoek je naar goede en deftige tips over schrijven? Ik raad je deze drie zaken aan:
Reedsy
Abbie Emmons
Masterclass

Posted in schrijven

Schrijven zonder realiteitsbesef

Wanneer je jong begint te schrijven en toch realistische onderwerpen wil aanhalen, besef je niet altijd dat wat je schrijft niet overeenkomt met wat je bedoelt. Zo schreef ik een heel verhaal, om dan te realiseren dat niemand in een normale situatie zoals het hoofdpersonage zou denken.

Zo schreef ik een concept op mijn dertiende een boek over een relatie met een agressieve partner, maar had ik door een gebrek aan realiteitsbesef geen idee dat het niet half zo romantisch was als het in mijn hoofd leek.

Blind door romantiek

Trigger Warning: Huiselijk geweld

Als dertienjarige had ik een eigen logica, die me op vele vlakken aan After van Anna Todd doet denken. Iemand gedraagt zich even lief en romantisch? Al hun slechte daden worden uit de geschiedenisboeken gewist. Ik had oprecht niet door dat ik scènes schreef die in het echt ontzettend problematisch bleken, en verre van schattig of romantisch. Ik zet hieronder een fragment uit het verhaal, maar dat kan je gerust overslaan:

“Hoe kan het toch dat je dat gewoon doet? Zonder er bij na te denken?” Ik snap Mo soms niet. Hij heeft er altijd spijt van, maar toch doet hij het steeds opnieuw.       
“Op die momenten voel ik niets, echt helemaal niets. Ik heb dan een woedeaanval, vaak weet ik zelf niet waarom ik ben dan gewoon zo, tja, triest. Ik blijf er eigenlijk redelijk rustig onder maar ik uit mijn woede op zo’n moment met geweld. Die woede komt meestal van alle fouten die ik in mijn leven gemaakt heb.” Mo draait zijn hoofd naar me toe en kijkt me recht in de ogen aan. “Waarom was je vandaag dan zo triest?” vraag ik.
Mo houdt er niet van om over deze dingen te praten. “Mijn ouders respecteerden me vroeger niet. Ze kwamen nooit naar mijn optredens of spreekbeurten, ze gaven me geen complimenten en negeerden het als ik een tien had voor mijn rapport. Van jongs af aan voelde ik me ongewild en overbodig. Ik was kwaad dat ik nooit de ouders had die jij had. Of hebt. Dat heb ik nog steeds, vaak ben ik daarom zo triest. Ik sloeg door.”

Hij staart naar het plafond en gaat verder: “Ik voelde me hopeloos en schuldig. Ik zag Lucas bedreigend kijken, hij daagde me uit. Ik kon er niet meer tegen. Ik schoot. Ik schoot, alsof, mijn leven er van afhing. Ik was zo bang! Ik had misschien zelfs meer schrik dan de slachtoffers. Daarna veranderde die schrik weer in woede. ” Mo verafschuwt zichzelf, dat kan je gewoon van zijn gezicht aflezen. Ik weet zelfs niet of ik verder wil luisteren. Maar hij kan er niets aan doen!
Mo balt zijn vuisten. “Het is allemaal mijn schuld!” Hij schudt zijn hoofd en kijkt verdrietig.
Ik zeg niets. Wat hij zegt klinkt zo harteloos en onmenselijk.  Maar ik kan er niet tegen. Tegen dit, Mo die zit te huilen. Dat is ondraaglijk voor mij. “Kan je er niets tegen doen? Kan ik misschien eens met Lucas gaan praten? ,” zeg ik uiteindelijk.
“Nee, ik wil niet dat je met hem gaat praten. Als hij me niet bedreigd had zouden die mensen nu niet dood zijn en dan had jij geen last van je arm.  
“Ja, ik weet het,” zucht ik en ik zet me een beetje rechter. Ik kan Lucas nu wel vervloeken. “Ik weet niet wat me plots bezielde. Oh, het spijt me echt.” Mo snikt en begint te huilen. Oh, neen. Hier kan ik niet tegen.

Naast het feit dat dit niet geweldig is geschreven – ik was dertien op dat moment – vind ik het zelf als twintigjarige lachwekkend hoe onbenullig ik over deze zaken schreef. Het hoofdpersonage werd neergeschoten door haar vriend, maar zij beschuldigt de jongen die haar vriend uitdaagde, alsof Mo niet zelf besliste om de trekker over te halen. En de seconde dat Mo begint te huilen, begint ze hem gerust te stellen, terwijl die haar heeft néérgeschoten.

Als je de bovenste alinea’s las en je afvroeg wat ik als dertienjarige in hemelsnaam dacht, dan zijn we alvast met twee. Al die elementen vallen te wijten aan een gebrek aan realiteitsbesef.

“Die woede komt van alle fouten”

“Ik uit mijn woede op zo’n moment met geweld. Die woede komt meestal van alle fouten die ik in mijn leven gemaakt heb.”

Eerst en vooral… Mo jammert hoe slecht hij zich over alles voelt. Hij zegt dat het allemaal zijn fout was en bladibla, maar het eerste wat hij doet, is zijn fouten aan een probleem uit het verleden linken. Oké, hij voelde zich slecht door alle fouten die hij in zijn leven maakte, maar is dat nu echt het eerste feit dat je naar bovenhaalt wanneer je je vriendin hebt neergeschoten?

“Mijn ouders respecteerden me vroeger niet. […] Ik was kwaad dat ik nooit de ouders had die jij had. Of hebt. Dat heb ik nog steeds, vaak ben ik daarom zo triest.”

Dan komt daar nog eens bij dat hij haar half meedeelt dat het eigenlijk deels haar fout is, want zij heeft de ouders die hij niet heeft, en dat argument gebruikt hij dan ook om haar empathie te winnen. Dit zijn zaken die je je personage kan laten denken, of zaken die je in de scènes kan laten blijken zonder het effectief letterlijk te zeggen. Want eerlijk… Mo klinkt door deze argumenten als een klootzak die zelfs zijn eigen schuld naar een ander toeschuift.

“Ik had meer schrik dan de slachtoffers”

“Ik zag Lucas bedreigend kijken, hij daagde me uit. […] Ik schoot alsof mijn leven er van afhing. Ik was zo bang! Ik had misschien zelfs meer schrik dan de slachtoffers.”

“Als hij [Lucas] me niet bedreigd had zouden die mensen nu niet dood zijn en dan had jij geen last van je arm.

Ik weet dat ik jong was toen ik dit schreef, waardoor ik zijn woorden in perspectief kan stellen, maar wauw, Mo, je klinkt echt als een jongen zonder ruggengraat die absoluut niet nadenkt over wat hij doet of zegt voor hij het doet of zegt. Jíj had meer schrik dan de slachtoffers? Ik denk dat we in dit geval kunnen vaststellen dat Mo mentaal problemen heeft waardoor hij zaken ziet die er niet zijn en de schuld niet op hem kan nemen – wat een goed verhaal zou kunnen worden als ik het zo had bedoeld vanaf het begin.

“Hij kan er niks aan doen”

Mo verafschuwt zichzelf, dat kan je gewoon van zijn gezicht aflezen. Ik weet zelfs niet of ik verder wil luisteren. Maar hij kan er niets aan doen!

“Waarom heeft hij jou zo uitgedaagd,” fluister ik in stilte, zodat Mo het niet kan horen. Ik kan Lucas nu wel vervloeken.

Mo snikt en begint te huilen. Oh, neen. Hier kan ik niet tegen.                      

En zo kan ik nog wel een tijdje verder gaan. De conclusie is dat ik niet volledig nadacht bij mijn logica op dat moment. Als je er nu naar kijkt vanuit een ander perspectief ziet het er overduidelijk uit als een relatie waarbij iemand mishandeld wordt en de partner na een tijd begint te geloven dat het helemaal zijn schuld niet is. Als hij huilt probeert ze meteen de schade te beperken, en hij gebruikt de regels uit het handboek der manipulators: zeggen dat het allemaal jouw schuld is, om dan te vervolgen waarom het eigenlijk níet jouw schuld is.

Wat heeft dit met realiteitsbesef te maken?

Ja, er zijn nog andere manieren waarop realisme in je verhaal kan mislopen, maar dit is een voorbeeld ervan, waarbij je iets schrijft vanuit een bepaald startpunt en pas achteraf ziet dat het helemaal niet zo romantisch was als het in je hoofd leek. Want ik dacht toen dat dit romantisch was. Iemand waarvoor jij de boei bent, koste wat het kost. Ik had terwijl ik eraan werkte absoluut geen idee dat ik ontzettend problematische kenmerken beschreef. Zo schreef ik zelfs dat hij haar geslagen had in een woedebui, en dat het allemaal de schuld was van Lucas omdat die Mo verdrietig had gemaakt.

We zaten gewoon gezellig voor de televisie toen hij plots begon te roepen en te tieren. Ik ging bij hem staan om hem te bedaren, tot hij me plots, neersloeg. Mijn neus bloedde verschrikkelijk. Hij keek zelfs niet geschrokken of schuldig, hij keek kwaad. Toen ik mezelf – wankelend – terug rechtzette greep hij uit de kast een geweer en richtte het op mij. Gewoon uit het niets. Ik was doodsbang en wou beginnen huilen. Op dat moment wist ik dat er iets mis was. Hij wist gewoon niet hoe hij zijn verdriet anders moest oplossen, omdat hij thuis nooit anders heeft geweten. “Mo, rustig,” suste ik met een trillende stem. Mijn hoofd tolde en ik zag de dood al voor me. “Hou je kop toch, je weet niet hoe het is om iedereen kwijt te raken, laat me gewoon, verdomme, met rust!” Hij schreeuwde zijn woede uit. Uit het niets begon hij te huilen. Gewoon te huilen, hopeloos te huilen. […] “Hoe kan het dat iemand dat me nog maar drie jaar kent, me beter kennen dan iedereen die me al heel mijn leven kent?” zei hij toen hij gestopt was met snikken.

Als je het leest zoals het uiteindelijk uitdraaide, is het best een triest verhaal. Dus wanneer je schrijft, zou ik zeggen dat je zeker oplet of je woorden op dezelfde manier overkomen als je eigenlijk bedoelt. Want zoals je merkt, is dat dus niet altijd zo.

Sincerely,
Me


Schrijf je zelf en zoek je naar goede en deftige tips over schrijven? Ik raad je deze drie zaken aan:
Reedsy
Abbie Emmons
Masterclass

Posted in schrijven

Leven zonder schrijftechnieken

Ik denk niet dat iemand hierover zou willen lezen, maar indien je dat wel wil: Hi! Ik ben blij dat je hier bent. Dus, schrijven. Het klinkt zo eenvoudig. Je gaat achter je pc, laptop, schrijfmachine zitten en je tikt wat woordjes op een blanco blad. Als je veel geluk hebt, klinken die woordjes goed, als je minder geluk hebt, kijk je er later op terug en vraag je je af wat je die dag in godsnaam gedronken had. Maar verhalen vertellen… het is zo eenvoudig nog niet.

Luister, ik ben geen best-seller-schrijver of zelf gepubliceerde schrijver, dus ik kan niet spreken van deadlines voor uitgevers en al die zaken. Ik spreek vooral over de elementen waar de meeste mensen niet aan denken wanneer ze boeken lezen: techniek.

Techniek in schrijven??

Als je hier nog nooit van gehoord hebt, ben je net als mij op vijftienjarige leeftijd. Ik schreef om te schrijven. Mijn schrijfproces ging ongeveer zo:

  • “Ik wil dit schrijven.”
  • “O, dat lijkt me een leuke scène.”
  • “Hm, ik schrijf dit ook eventjes.”
  • “Ik zal die scène even daar zetten.”
  • “En deze scène… hup, daarbij.”

Klinkt allemaal leuk in theorie, maar achteraf gezien is het een nachtmerrie, aangezien je in dit geval achteraf telkens weer duizenden woorden moet herlezen wanneer je details aanpast om het verhaal te verbeteren. En omdat je alles lekker spontaan schreef – wat op dat moment een formidabel idee leek – heb je absoluut géén idee welke vertelsels je allemaal in je verhaal hebt gestopt. Vooral wanneer je het boek over vier jaar heen schrijft, elke zomer een stukje, waardoor je de volgende zomer allang niet meer in detail weet wat je allemaal hebt neergepend.

Wat ik toen uitvoerde zou ik nu niet meer kunnen (of willen vooral). Ik begon op mijn vijftiende niet aan mijn verhalen zoals nu. Nu wil ik in grove details weten waar ik heen wil. Dat proces gaat samengevat zo:

  • “Ik wil dit schrijven.”
  • “Hoe ga ik dat laten verlopen?” Soms gaan er dagen voorbij, soms beslis ik het dezelfde dag.
  • Ik schrijf mijn plotlijn.
  • Ik laat mijn plotlijn enkele dagen, weken, maanden liggen.
  • Ik herlees die plotlijn.
  • “Hm, dat zou beter daar staan. En dat lijkt me nogal vreemd om te vermelden.”
  • “Oké, ik schrijf eens een hoofdstuk.”
  • “Nee, dat klinkt niet goed, dat hoofdstuk schrappen we weer.”
  • “Daar drijven we best de spanning op door dít te doen.”
  • En zo voorts en zo voorts.

Het klinkt alsof het trager proces trager verloopt, maar in de realiteit verlies ik nu véél minder tijd aan logica en opbouw controleren omdat ik die op voorhand al grotendeels had vastgelegd. Obviously kan ik op eender welk moment beslissen dat ik een detail wil weghalen. Bij mijn huidige verhaal had ik bijvoorbeeld een ziek personage in de verhaallijn verwerkt, en nu vind ik dat een overbodig detail, dus met mijn huidige methode ik kan gemakkelijk al die stukjes waarbij ik dat vermeld weghalen. (Oké, grotendeels omdat ik nog maar vier maanden met dat verhaal bezig ben en het er nog goed in zit, maar toch.)

Eén keer en nooit meer

Als je weet wat je doet terwijl je het doet, vind je zaken véél gemakkelijker terug. Je kan op je stappen teruggaan en zaken herbekijken, wetende waar je dat vermeld hebt. Ik weet dus dat ik nooit meer een verhaal zal schrijven zoals ik dat op mijn vijftiende, zestiende, zeventiende deed. Aangezien ik daar dus echt mee gestruggled heb om er een samenhangende en realistische brei van te maken. Maar da’s een verhaal voor een andere keer. We noemen het: Amber, en haar vijftienjarige naïeve brein. En natuurlijk is plotten niet het enige wat je moet doen bij het schrijven van een verhaal. Coming soon…

Sincerely,
Me


Schrijf je zelf en zoek je naar goede en deftige tips over schrijven? Ik raad je deze drie zaken aan:
Reedsy
Abbie Emmons
Masterclass